Begeleidingsmethodieken voor verpleeghuisbewoners

Wie op een afdeling in een Nederlands verpleeghuis rondkijkt, ziet daar veel verschillende bewoners: mensen met zeer uiteenlopende aandoeningen, problemen en zorgbehoeften. Door de diversiteit is het lastig om iedere bewoner passende zorg te bieden.

Gelijksoortige zorgbehoefte, passende methodiek
Wanneer mensen met een gelijksoortige zorgbehoefte samenwonen en vanuit een passende methodiek worden ondersteund, kunnen medewerkers zich specialiseren, beter persoonsgerichte zorg bieden en efficiënter werken. Dit draagt bij aan een betere kwaliteit van zorg en een betere kwaliteit van leven voor bewoners.

Welke bewonersdoelgroepen en welke methodieken?
Maar hoe plaats je mensen op een passende plek in een verpleeghuis? Welke bewonersdoelgroepen onderscheiden we in de Nederlandse verpleeghuiszorg? Welke begeleidingsmethodieken zijn er voor hen? Is de werkzaamheid van deze methodieken aangetoond? Zijn er scholingen en een implementatieplan? Een overzicht met antwoorden op deze en andere vragen was er niet. Daarom deed PWO er onderzoek naar.

De Grote Methodiekengids
Het onderzoeksteam bracht in kaart welke begeleidingsmethodieken voor Nederlandse verpleeghuizen beschikbaar zijn. Ook beschreven de onderzoekers voor elke methodiek veel facetten die bij het vergelijken en kiezen van methodieken belangrijk zijn. Daarnaast maakten ze per doelgroep een vergelijkingstabel. Omdat de uitkomsten van het onderzoek niet alleen voor Alliade maar ook voor andere zorgorganisaties van belang zijn, is er een boek van gemaakt dat voor iedereen beschikbaar is: De Grote Methodiekengids. In het boek wordt ook de actuele maatschappelijke, sectorbrede en organisatorische context geschetst.


Samenvatting

  • Wat was de aanleiding voor het onderzoek?

    Verschillende mensen met eigen behoeften
    Veel verpleeghuizen, ook die van Alliade, bieden woonzorg en dagbesteding aan mensen met een indicatie beschermd wonen. Binnen deze huizen woont een diverse groep mensen, met verschillende grondslagen, variërend van dementie, somatische aandoeningen tot psychiatrische problemen. De bewoners hebben gemeen dat zelfstandig thuis wonen (ook met ondersteuning) niet meer haalbaar is. Hier staat tegenover dat ze op veel vlakken van elkaar verschillen. Hierdoor is het voor zorgmedewerkers in de dagelijkse praktijk een grote uitdaging om de begeleiding en zorg goed af te stemmen op de behoeften van iedere bewoner.

    Welke begeleidingsmethodieken zijn er?
    Hiernaast was er geen helder overzicht van de begeleidingsmethodieken die beschikbaar zijn voor de verschillende bewonersdoelgroepen in de Nederlandse verpleeghuizen. Ook was vaak lastig te vinden in hoeverre deze methodieken wetenschappelijk zijn onderbouwd en wat er allemaal nodig en beschikbaar is voor de implementatie en toepassing in de alledaagse zorgpraktijk.

    Meer specialisatie, beter passende zorg, betere kwaliteit van leven
    Met een toenemende complexiteit van de problematiek en een groeiende personeelsschaarste is het steeds moeilijker om aan de zorgvragen van bewoners te voldoen. Door mensen met een overeenkomstige ondersteuningsbehoefte op dezelfde afdeling te plaatsen en daar met een passende methodiek te werken, kunnen zorgmedewerkers zich specialiseren, vanuit een gedeelde zienswijze en gedeelde uitgangspunten werken en hoeven ze minder te schakelen. Bewoners krijgen op hun afdeling de meest passende zorg die bijdraagt aan hun kwaliteit van leven.

  • Wat waren de onderzoeksvragen?

    Doelgroepenonderzoek:

    • Welke bewonersdoelgroepen met een indicatie beschermd wonen worden onderscheiden in de Nederlandse verpleeghuizen?
    • Welke aanvullende bewonersdoelgroepen met een indicatie beschermd wonen worden beschreven in de Nederlandstalige wetenschappelijke en grijze literatuur?

    Methodiekenonderzoek:

    • Wat is de definitie van ‘begeleidingsmethodiek’? Aan welke criteria moet een manier van werken voldoen om begeleidingsmethodiek te worden genoemd?
    • Welke begeleidingsmethodieken zijn beschikbaar voor de verschillende bewonersdoelgroepen in de Nederlandse verpleeghuiszorg?
    • Hoe zit het bij de verschillende begeleidingsmethodieken met:
      • de wetenschappelijke onderbouwing?
      • praktische toepasbaarheid?
  • Wat is de meerwaarde van het onderzoek voor de bewoner, verwant en zorgmedewerker?
    • Door doelgroepgericht te werken kan beter worden aangesloten bij de behoeften van bewoners en meer passende, persoonsgerichte zorg worden geboden.
    • Op een afdeling met een specifieke doelgroep kan efficiënter zorg worden geboden doordat medewerkers zich kunnen specialiseren en de benodigde kennis en vaardigheden op de afdeling aanwezig zijn.
    • Het in kaart brengen van bewonersdoelgroepen met een overeenkomstige ondersteuningsbehoefte vormt de basis van de nieuwe zorgprogramma’s waarmee Alliade gaat werken.
       
    • Een eenduidige definitie van het begrip 'begeleidingsmethodiek' helpt om dezelfde taal te spreken en methodieken met elkaar te vergelijken.
    • Een overzicht van begeleidingsmethodieken, hun wetenschappelijke onderbouwing en praktische toepasbaarheid helpt bij het kiezen van een geschikte methodiek.
    • Uiteindelijk moet een betere, weloverwogen keuze leiden tot een betere kwaliteit van zorg en een betere kwaliteit van leven voor bewoners.
  • Hoe werd het onderzoek uitgevoerd?

    Wie voerden het onderzoek uit?
    Het projectteam bestond uit senior onderzoekers, junior onderzoekers en gedragskundige-onderzoekers van PWO.

    Welke definitie van het begrip ‘begeleidingsmethodiek’ werd aangehouden?
    In een eerder PWO-project over begeleidingsmethodieken in voor mensen met een verstandelijke beperking was al een definitie van het begrip ‘begeleidingsmethodiek’ vastgesteld aan de hand van woordenboeken, online kennispleinen, webpagina’s van vakorganisaties, literatuur en praktijkervaringen. Voor het onderzoek naar begeleidingsmethodieken voor verpleeghuisbewoners werd deze iets aangepast. De tien criteria waaraan een begeleidingsmethodiek moet voldoen, vloeiden voort uit de verschillende elementen van de definitie.

    Hoe werden de doelgroepen bepaald?
    De onderzoekers stelden de bewonersdoelgroepen vast op basis van de doelgroepen die in Nederlandse verpleeghuizen en in wetenschappelijke en grijze literatuur worden gehanteerd.

    Hoe werden mogelijke begeleidingsmethodieken geïnventariseerd?
    Om in kaart te brengen welke mogelijke begeleidingsmethodieken voor de Nederlandse verpleeghuiszorg beschikbaar zijn, werd een driedelig literatuuronderzoek uitgevoerd:

    1. Engelstalige wetenschappelijke literatuur
    2. Nederlandse wetenschappelijke literatuur
    3. Grijze literatuur (vooral rapporten en websites)

    Wel of geen begeleidingsmethodiek: hoe werd dit bepaald?
    Bij alle mogelijke begeleidingsmethodieken werd gekeken of ze aan alle tien criteria voldeden. Alleen wanneer dat zo was, kregen ze het stempel ‘begeleidingsmethodiek’ en werden ze verder in het onderzoek meegenomen.*

    1. Gericht op verpleeghuisbewoners?
    2. Bedoeld voor begeleiders?
    3. Duidelijke zienswijze ten aanzien van de doelgroep?
    4. Duidelijke uitgangspunten?
    5. Gericht op kwaliteit van leven?
    6. Systematische werkwijze?
    7. Doorlopende manier van handelen?
    8. (Minstens deels) wetenschappelijk onderbouwd?
    9. Beschikbaar in het Nederlands?
    10. Anno 2026 verkrijgbaar in Nederland?

    *Wanneer een manier van werken niet als begeleidingsmethodiek werd aangemerkt, wil dat niet zeggen deze manier van werken niet goed zou zijn.

    Hoe werden de begeleidingsmethodieken beschreven?
    Allereerst werd bepaald welke aspecten van de methodieken moesten worden beschreven en wat precies met de verschillende aspecten werd bedoeld. Vervolgens werd literatuuronderzoek gedaan: de onderzoekers selecteerden relevante openbare bronnen, namen hieruit de benodigde informatie en stelden hiermee beschrijvingen van de methodieken en tabellen met compacte informatie op.

    De methodieken werden in De Grote Methodiekengids ondergebracht in het hoofdstuk van de doelgroep(en) waarop ze zich richten. Per doelgroep werd een vergelijkingstabel opgesteld met daarin een weging van de wetenschappelijke onderbouwing van de methodieken voor de desbetreffende doelgroep.

  • Wat zijn de belangrijkste resultaten?

    Definitie begeleidingsmethodiek
    De al bestaande definitie van 'begeleidingsmethodiek' voor mensen met een verstandelijke beperking werd voor verpleeghuisbewoners iets aangepast:

    Een begeleidingsmethodiek is een duidelijk omschreven begeleidingswijze om de kwaliteit van leven van verpleeghuisbewoners te behouden en/of verhogen. De begeleidingswijze is gebaseerd op een helder geformuleerde zienswijze en daarop gebaseerde uitgangspunten ten aanzien van verpleeghuisbewoners. Het betreft een systematische, doorlopende manier van handelen om in te spelen op een specifieke zorgvraag of ondersteuningsbehoefte bij verpleeghuisbewoners en/of hun omgeving. Het bestaat uit een of meerdere werkwijzen. Een of meerdere onderdelen van een begeleidingsmethodiek zijn gebaseerd op wetenschappelijke onderbouwing.

    Doelgroepen
    De onderzoekers stelden de volgende doelgroepen vast:

    • Dementie algemeen
    • Dementie en probleemgedrag
    • Verstandelijke beperking en dementie
    • Somatiek
    • Gerontopsychiatrie
    • Ziekte van Huntington
    • Syndroom van Korsakov
    • Niet-aangeboren hersenletsel (NAH)
    • NAH+

    Begeleidingsmethodieken
    23 manieren van werken kregen het stempel 'begeleidingsmethodiek':

    1. ABC
    2. Belevingsgerichte Zorg
    3. Brein Omgeving Methodiek (BOM)
    4. CoMBI (met de varianten CoMBI-EPA en CoMBI-PG)
    5. Dementia Care Mapping (DCM)
    6. Demenzien
    7. Doen bij Depressie
    8. Empathisch Directieve Benadering + Foutloos leren
    9. Empowerment
    10. Grip op probleemgedrag (GRIP)
    11. Hooi op je vork
    12. Individuele Rehabilitatiebenadering (IRB, voor NAH, met de variant Zorg voor zelfstandigheid voor somatiek)
    13. Namaste
    14. Oplossingsgericht werken met ouderen
    15. Plezierige-Activiteiten-Methode
    16. Sociale Benadering Dementie
    17. SPAN+
    18. STA OP!
    19. Steunend Relationeel Handelen (SRH, voor NAH, met de variant Eigen Wijze Zorg voor dementie)
    20. STIP
    21. Triple-C
    22. Urlings en Van der Linden
    23. Zintuigactivering

    In De Grote Methodiekengids zijn de methodieken per doelgroep gebundeld.

    Beschrijving
    Van elke methodiek is steeds met dezelfde opzet beschreven:

    • Overzicht
      • Ontwikkelaar(s) en verantwoordelijke organisatie
      • Jaar van ontwikkeling en laatste actualisering
      • Doelgroep
      • Contra-indicaties
      • Zorgvorm (wonen en/of dagbesteding)
    • Algemene beschrijving
    • Zienswijze
    • Uitgangspunten
    • Doel
    • Systematische werkwijze
      • Hoe er systematisch wordt gewerkt
      • Of er wel of geen PDCA-cyclus (plan-do-check-act) wordt gebruikt
      • Welke instrumenten beschikbaar zijn
    • Doorlopende manier van handelen
    • Toepasbaarheid
      • Of er een Nederlandstalig naslagwerk, implementatieplan en scholingen beschikbaar zijn
      • Wat het scholingstype en de scholingskosten zijn en of er sprake is van certificering
      • Benodigde inzet per bewoner
    • Praktijkvoorbeeld
    • Wetenschappelijke onderbouwing
      • Op welke theorieën/modellen de methodiek is gebaseerd
      • Verantwoording van de ontwikkeling van de methodiek
      • Implementatieonderzoek
      • Kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar de werkzaamheid
      • Oordeel van erkenningscommissies van Nederlandse databanken
    • Samenvatting passende zorg
    • Bronnen

    Alle methodieken zijn per doelgroep opgenomen in een vergelijkingstabel waarin de wetenschappelijke onderbouwing wordt gewogen. Hierbij wordt steeds aangegeven welke methodiek (op basis van de momenteel beschikbare informatie in openbare bronnen) als beste uit de bus komt.

  • Waar vind je De Grote Methodiekengids?

    Waar kun je het e-boek downloaden?
    Het e-boek kun je vanaf 9 september gratis downloaden op de website van University of Groningen Press (UGP).

    Waar kun je het gedrukte boek bestellen?
    Het gedrukte boek (fullcolour) kun je vanaf 9 september voor XX bestellen bij Uitgeverij kleine Uil en bekende online boekhandels als bol. Jouw lokale boekhandel kan het ook voor je bestellen bij het Centraal Boekhuis.

    Alliade en UGP hebben geen winstoogmerk.

  • Waar kun je meer te weten komen over het onderzoek?

    Heb je vragen over het onderzoek of over De Grote Methodiekengids? Neem contact op met PWO via pwo@alliade.nl. Heb je vragen of ideeën over zorgprogrammering? Mail dan naar zorgprogrammering@alliade.nl.

  • Wat is het vervolg?

    De werkgroep Zorgprogrammering van Alliade weegt aan de hand van De Grote Methodiekengids de inhoud, onderbouwing en praktische toepasbaarheid van de methodieken per doelgroep en doet op basis van de uitkomsten een voorstel voor implementatie binnen Alliade.

    PWO gaat de invoering en toepassing van de (nieuwe) methodieken op verschillende locaties volgen om inzicht te krijgen in de praktijkervaringen en werkzaamheid.

  • Welke verdere aanbevelingen zijn er?

    Uit het onderzoek komen verschillende aanbevelingen naar voren voor ontwikkelaars van methodieken, onderzoekers, verpleeghuizen en de verpleeghuiszorg als geheel. Onder andere:

    Eenheid van taal
    Meer eenheid van taal is zeer wenselijk. Spreek alleen van ‘begeleidingsmethodiek’ als de manier van werken voldoet aan vooraf vastgestelde criteria, zoals die in de praktische werkdefinitie in De Grote Methodiekengids. Ditzelfde geldt voor onder meer visies, benaderingswijzen en therapieën. Zo kunnen verpleeghuizen appels met appels vergelijken en hoeven ze appels niet af te wegen met andere vruchten in de fruitschaal.

    Onderzoek
    Ontwikkelaars wordt aangeraden om in samenwerking met hogescholen, universiteiten en zorginstellingen onderzoek te doen naar de werkzaamheid van hun methodiek, zowel met kwantitatieve als kwalitatieve methoden, zodat effecten en praktijkervaringen in kaart worden gebracht. Ook is het raadzaam om de uitkomsten van de onderzoeken openbaar te publiceren, bijvoorbeeld in een Nederlandstalig wetenschappelijk tijdschrift, zodat een onafhankelijke toetsing gewaarborgd is en de uitkomsten voor iedereen beschikbaar zijn.

    Vindbaarheid
    Essentiële informatie over begeleidingsmethodieken zou openbaar toegankelijk moeten zijn (en bijvoorbeeld niet pas na een cursus of adviesgesprek), zowel via de ontwikkelaar als via een centrale landelijke vindplaats. Deze informatie zou ook regelmatig moeten worden geactualiseerd.

    Vergelijkbaarheid
    Verpleeghuizen moeten begeleidingsmethodieken zonder al te veel moeite met elkaar kunnen vergelijken. Ontwikkelaars zouden idealiter op een uniforme manier informatie geven over de verschillende elementen die voor de praktijk van belang zijn.

    Implementatie in verpleeghuizen
    In het kader van passende zorg kiezen verpleeghuizen begeleidingsmethodieken idealiter op basis van onderbouwde werkzaamheid, niet op basis van goede marketing door de ontwikkelaars. Voor methodieken waarvan de werkzaamheid niet is aangetoond, is onderzoek hiernaar wenselijk. Blijft dit onderzoek achterwege, dan zouden deze methodieken moeten worden vervangen door alternatieven waarvan de werkzaamheid wel is bewezen.

  • Hoe werd het onderzoek gefinancierd?

    Het onderzoek werd gefinancierd door PWO, met medewerking van de centrale behandeldienst, de stuur- en werkgroep zorgprogrammering en Alliade ouderenzorg. De Grote Methodiekengids is een samenwerking van PWO en University of Groningen Press.

Hoofdgebied
Ouderenzorg
Onderzoekslijn(en)
Passende zorg, Specialistische ouderenzorg
Projectteam
  • Delen